Naden is het minst glamoureuze deel van breien en het deel dat het vaakst wordt uitgesteld. Een stapel afgewerkte truidelen kan weken in een projecttas liggen omdat niemand staat te springen om ze aan elkaar te naaien. Maar een goede naad is onzichtbaar, en een slechte kan een verder mooi gebreid kledingstuk verpesten.

Matrassteek maakt een onzichtbare naad door horizontale draadjes één steek vanaf de rand op elk deel op te pakken en de delen naar elkaar toe te trekken, zodat de verbinding eruitziet als doorlopende stof. Welke methode je gebruikt hangt af van de richting van de naad: verticale randen (zijnaden), horizontale randen (schoudernaden), of gevormde delen in openingen (mouwen).

Matrassteek (verticale naden)

De standaard voor zijnaden en mouwnaden. Maakt een onzichtbare verbinding die eruitziet als doorlopend breiwerk.

Leg beide delen plat, goede kant naar boven, randen tegen elkaar. Rijg een maasnaald met passend garen, of met een glad garen in dezelfde kleur als je projectgaren gestructureerd of kwetsbaar is.

Begin onderaan. Steek de naald onder het horizontale draadje tussen de eerste en tweede steek van het rechterdeel. Daarna onder het overeenkomstige draadje van het linkerdeel. Trek door. Terug naar rechts, pak het volgende draadje op. Terug naar links. Trek na elke paar steken voorzichtig aan om de naad te sluiten. De randen trekken naar elkaar toe en de naad verdwijnt.

De sleutel: pak draadjes één steek vanaf de rand op, niet in de rand zelf. De kantsteek wordt de naadtoeslag en vouwt achter het werk. Daarom voegen patronen soms een kantsteek toe. Die verdwijnt in de naad.

Werk consequent. Hetzelfde aantal draadjes aan elke kant. Als je rechts één draadje oppakt en links twee, gaat de naad scheef lopen. Bij tricotsteek: één draadje per kant per toer.

Matrassteek werkt in tricotsteek, omgekeerde tricotsteek en ribbelsteek, al werkt ribbelsteek iets anders: pak aan de ene kant de bovenste lus van de ribbel op en aan de andere kant de onderste lus van de bijpassende ribbel. Zo grijpen de ribbels in elkaar en wordt de naad onzichtbaar.

Overhandse steek (snelle naad)

Simpeler, sneller. Leg de twee delen met de goede kanten op elkaar, verkeerde kanten buiten. Steek door beide randen van achter naar voren, steek voor steek.

Overhandse steek laat een klein randje aan de binnenkant. Niet onzichtbaar zoals matrassteek, maar duidelijk sneller. Werkt goed voor naden die je niet ziet: binnenkanten van gevoerde items, vierkanten aan elkaar zetten, speelgoed sluiten.

Voor kleding waar de naad zichtbaar is, is matrassteek de extra tijd waard. Voor de rest doet overhandse steek het werk.

Afkanten met drie naalden (horizontale naden)

De beste methode om twee sets levende steken te verbinden. Meestal gebruikt voor schoudernaden. In plaats van elk deel apart af te kanten en daarna te naaien, kant je ze samen af. Naad en randafwerking in één stap.

Houd beide naalden parallel, goede kanten tegen elkaar. Brei met een derde naald één steek van de voorste naald en één van de achterste samen. Herhaal voor een tweede steek. Haal de eerste over de tweede om af te kanten. Ga zo door.

Stevige, nette naad met een klein randje aan de binnenkant. Sneller dan matrassteek voor horizontale verbindingen. De schouder rekt niet uit omdat de afkantrand stabiel is.

Je hebt levende steken op beide delen nodig. Heb je al afgekant, dan zou je ze opnieuw moeten opnemen, en dat haalt het voordeel weg. Plan vooruit: gebruikt het patroon afkanten met drie naalden voor de schouders, laat die steken dan op een stekenhouder of hulpdraad staan.

Mouwen inzetten

Een mouwkop in een armsgat zetten verbindt een afgekante rand met een combinatie van afgekante steken en toerranden. Dit is de ingewikkeldste naad in kledingconstructie.

Speld de mouw eerst in het armsgat. Midden van de mouwkop op de schoudernaad, okselranden gelijk. Verdeel eventuele extra ruimte gelijkmatig. Naai daarna met matrassteek of stiksteek rond de bocht.

De uitdaging: mouwkop en armsgat zijn verschillend gevormd en kunnen langs de bocht andere steek-tot-toer-verhoudingen hebben. Spelden voor het naaien voorkomt verschuiven en rimpels.

Ingezette mouwen zijn de moeilijkste versie. Raglan en verlaagde schouders zijn eenvoudiger omdat de naden rechte lijnen zijn.

Stiksteek (sterke naden)

Leg de delen met goede kanten op elkaar. Steek een steek vooruit en een halve steek terug, zodat overlappende steken ontstaan. Sterk, iets stijf.

Goed waar stevigheid telt: tashengsels, schoudernaden op zware kledingstukken, plekken die gewicht dragen. Zichtbare naadtoeslag aan de binnenkant en minder soepel dan matrassteek.

Tips voor nettere naden

Gebruik een stompe maasnaald. Scherpe naalden splijten garen en prikken door de stof in plaats van tussen steken te gaan.

Gebruik een lang genoeg stuk garen. Midden in een naad aanhechten geeft bobbels. Moet je bij lange zijnaden toch aanhechten, doe dat op een minder zichtbare plek.

Block voor het naden. Geblockte delen kun je op de juiste maten spelden en makkelijker uitlijnen. Ongeblockte delen kunnen net verschillend van maat zijn.

Speld voor je naait. Begin niet aan één kant in de hoop dat de andere kant uitkomt. Speld eerst boven, onder en midden, vul daarna aan. Zo verdeel je eventuele lengteverschillen gelijkmatig.

Bij matrassteek op delen van gelijke lengte moeten de toeraantallen overeenkomen. Heeft het ene deel 120 toeren en het andere 118, pak dan een keer twee draadjes van één deel op om te compenseren. Nauwelijks zichtbaar.

FAQ

Welk garen gebruik je voor naden? Het projectgaren, omdat het matcht. Is het projectgaren gestructureerd, bulky of kwetsbaar, zoals mohair, bouclé of los gesponnen singles, gebruik dan een glad, stevig garen in dezelfde kleur. Sommige breiers bewaren glad sokkengaren in basiskleuren speciaal voor naden.

Hoe naai ik boordsteek aan elkaar? Laat het patroon doorlopen over de naad. Eindigen beide delen met een rechte kolom, dan moet de naad een doorlopende rechte kolom vormen wanneer hij sluit. Gebruik matrassteek een halve steek naar binnen: pak draadjes op op de grens tussen rechte en averechte kolommen, niet helemaal aan de rand. Zo blijft de boord doorlopen.

Kan ik naden helemaal vermijden? Ja. Kies patronen die in één stuk of in het rond worden gebreid. Top-down, bottom-up seamless, ronde passen. Die schrappen de meeste of alle afwerking. Mutsen en sokken in het rond hebben helemaal geen zijnaden. Als je naden haat, filter dan patroonzoekopdrachten op “seamless construction”.

Mijn naad trekt. Je trekt het garen te strak aan. Matrassteek moet voorzichtig gesloten worden, niet hard aangetrokken. Heb je te strak getrokken, werk dan het garen door de laatste steken iets terug en span opnieuw.